Zoekresultaten

138 resultaten voor 'slapen'

  • Slechte slaap en gezondheid

    28 juni 2018Bron: www.trimbos.nl Slecht slapen is van invloed op de gezondheid. Zo kan te kort of juist te lang slapen bij volwassenen het risico op ziektes als obesitas, diabetes, depressie, en beroerte verhogen en het dagelijks functioneren belemmeren. Slechte slaap kan ook leiden tot hoge economische en maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld door verzuim en verminderde schoolprestaties. Meer aandacht voor preventie van slaapproblemen is daarom van belang. Dit blijkt uit de strategische verkenning ‘Slechte slaap: een probleem voor de volksgezondheid?’ van het Trimbos-instituut, het RIVM en de Hersenstichting. Slaapproblemen voorkomen Uit de verkenning blijkt dat in Nederland nog relatief weinig aandacht is voor de preventie van slaapproblemen. Er is een gebrek aan kennis en (bewezen effectief) aanbod voor preventieve interventies. Voor slaapstoornissen is meer aanbod en kennis beschikbaar. Slaapvoorlichting, richtlijnen voor een goede slaap en gedragsinterventies zijn mogelijke aanknopingspunten voor preventie. Aandachtspunten daarbij zijn om de bewustwording van het belang van gezonde slaap te bevorderen, kennis over de samenhang tussen slaap en gezondheid te verhogen en preventieve interventies te ontwikkelen en evalueren. Slechte slaap en risicogroepen In de strategische verkenning is goede en gezonde slaap gedefinieerd als voldoende uren slaap van goede kwaliteit. Met slechte slaap wordt te weinig of teveel slaap en slaap van slechte kwaliteit bedoeld. Goed slapen bleek bij een deel van de bevolking een probleem te zijn. Er zijn verschillende risicogroepen voor slecht slapen: vrouwen, pubers/jongvolwassenen, ouderen, lager opgeleiden en Nederlanders met een migratie-achtergrond. De kennis over slechte en goede slaap als leefstijlfactor was gefragmenteerd. Daarom zijn de gevolgen van slecht slapen en kennis over preventiemogelijkheden op een rij gezet in opdracht van het ministerie van VWS. Deze verkenning is mede mogelijk gemaakt door ZonMw.

  • Hou je hoofd en je huis koel

    Een beetje warm is lekker, te warm is vervelend. Zeker kinderen kunnen hier veel last van hebben. Dat resulteert soms in dreinen, hangen en slecht slapen en daar wordt je als ouder ook niet gezelliger van. We hebben daarom een paar tips voor je onder elkaar gezet die je helpen om cool te blijven in de zomerhitte. Ramen gesloten en gordijnen dicht. Houd het binnen koel door warme lucht van buiten en hete zonnestralen niet binnen te laten. Alleen ‘s ochtends vroeg en ‘s avond als het is afgekoeld, kun je lekker even alles tegen elkaar open zetten om te luchten. Als je zonwering hebt, hou die dan de hele dag omlaag. Vermijd het gebruik van apparaten die warmte opwekken.  Hang de was buiten in plaats van de droger aan te zetten. Maak een koude salade en koude tapas voor het avondeten, in plaats van de kookplaat of oven aan te zetten. Gebruik in plaats van de stofzuiger tijdens hete dagen een bezem of een vloerwisser. Scheelt ook nog eens een hoop energie. Koel je polsen en je nek Door je polsen even onder de koude kraan te houden of een koude natte doek in je nek te leggen, koel je lekker snel af. Dat komt omdat daar de slagaders vlak onder de huid liggen. Door juist op die plekken te koelen, verlaag je de temperatuur van je hele lichaam. Kinderen overdag met hun handen in koud water laten spelen, heeft hetzelfde effect. Draag lichte kleding van natuurlijke stoffen Witte of lichtgekleurde kleding reflecteert het zonlicht en houdt minder warmte vast. Daarnaast zijn stoffen als katoen en linnen het best geschikt in de zomer, omdat ze luchtdoorlatend zijn en vocht (zweet) snel laten verdampen.  Doe rustig aan Rennen, stressen, haasten; het zijn allemaal no-go’s in de hitte. Plan wat meer tijd in voor alle activiteiten die je moet doen of plan ze op een tijdstip dat het minder warm is. Neem ook tijd om even niks te doen. Sommige dingen kunnen best tot morgen wachten. Ook voor de kinderen is af en toe een uurtje niksen met een filmpje of luisterboek heel fijn op hete dagen. Koel je bed voor het slapen Leg een half uurtje voor je naar bed een paar flessen met ijskoud water in je bed en dat van je kind. Dit werkt als een soort omgekeerde kruik. Zo stap je in een heerlijk koel bed. Ga onder een laken of dunne deken liggen. Als je het erg warm hebt kun je een ventilator naast het bed zetten. Zorg dan wel dat deze op de onderste helft van het lijf is gericht en niet op het gezicht om onderkoeling en uitdroging tijdens de nacht te voorkomen. Voorkomen is beter Last but not least: zorg dat je lichaam goed gehydrateerd blijft. Dat geeft de ingebouwde thermostaat in je lichaam de kans om op temperatuur te blijven. Veel water drinken dus. 2 liter voor een volwassene en een liter voor een kind. Daarnaast voorkom je dat jullie het te warm krijgen, door tijdens de heetste uren van de dag in de schaduw te blijven.   

  • Doe eens een dutje

    Even je schoenen uit, benen omhoog en je ogen dicht, lekker even een powernapje doen. Veel overwerkte carrièretijgers, maar ook bijna alle vaders en moeders lijkt het heerlijk. En dat is niet voor niets; dutjes zijn niet alleen lekker, maar ze zijn ook ongelofelijk gezond! Niet voor niets doet 85% van de zoogdieren bijna dagelijks een dutje. Terecht want de voordelen zijn verbluffend.  Een paar feiten onder elkaar na een dutje ben je alerter en is je reactievermogen beter een dutje vergroot ook je leervermogen en geheugen een dutje verbetert je stemming en verlaagt stress een dutje verlaagt je bloeddruk  en natuurlijk voel je je uitgerust en fit na een dutje Onder je bureau liggen Dat is niet niks. Maar wie zou er naar zijn baas durven lopen en zeggen: “Luister, als je wilt dat mijn prestaties verbeteren, moet ik elke dag even een kwartier onder mijn bureau gaan liggen.”. Veel mensen zien het toch als een soort luiheid. Eigenlijk is dat gek want het is algemeen bekend dat slaap goed is voor lichaam en geest. Te druk voor een tuk Daarnaast hebben we vaak het gevoel geen tijd te hebben om uit te rusten. We hebben een druk programma. Een gemiddelde vader of moeder zal tijdens het middagdutje van hun kind, eerder de was ophangen, strijken en alvast het eten voor vanavond voorbereiden, in plaats van zelf ook even de ogen dicht te doen. Hou het kort Terwijl het beste dutje bijna geen tijd in beslag hoeft te nemen. 10 minuten is ideaal, 20 mag, 30 is teveel. Een dutje is meest effectief als het kort is. Een te lang dutje verstoort je slaapritme en kan ‘s avonds voor slapeloosheid zorgen. Er zijn zelfs studies die hebben aangetoond dat te lang slapen overdag een negatief effect heeft op de gezondheid. Zet dus een wekker voor jezelf en sluit lekker een kwartiertje je ogen. Kun je daarna fris en fruitig verder met de dag. 

  • Slapen

    Goed slapen is heel belangrijk voor de gezondheid van je kind. Kinderen hebben voldoende slaap nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen, te groeien en overdag voldoende energie te hebben. Een peuter slaapt in de nacht ongeveer 10 tot 12 uur, maar de verschillen tussen peuters zijn groot. Peuters willen soms niet gaan slapen of komen ’s nachts uit bed. Duidelijkheid helpt ook bij het slapen en voorkomen van slaapproblemen. Vaste gewoonten spelen daarin een belangrijke rol. Duidelijkheid en structuur, met aandacht Bij een peuter is het handig om een vaste dagstructuur en een vast dagritme te gebruiken. Dat wil zeggen dat je vaste momenten instelt voor opstaan, wassen en aankleden, eten en naar bed gaan. Een vast ritueel bij het naar bed brengen is duidelijk voor je kind. Het is belangrijk dat je je kind daarbij gerichte aandacht geeft. Bouw de dag rustig af en zeg duidelijk tegen je kind dat het over vijf of tien minuten bedtijd is. Zo krijgt je kind de ruimte voor de overgang van wakker zijn naar slapen. Je kind moet weten dat je het meent en dat het geen zin heeft om te treuzelen. Dit betekent niet dat je op een boze toon zegt dat het bedtijd is. Duidelijk en kordaat zijn is het beste. Ligt je kind lekker? Een rustige en veilige omgeving bevordert een goede nachtrust. Het mag niet te warm of te koud zijn in de slaapkamer. De ideale kamertemperatuur ligt tussen 16 en 18 graden. Is je kind bang in het donker? Laat dan het licht op de gang branden of gebruik een nachtlampje. Een knuffel in bed of een lapje met de geur van mama of papa kan houvast en een gevoel van veiligheid geven. Als het erg licht is in de kamer, hang dan een verduisterend rolgordijn of een niet-doorschijnend overgordijn op. Er zijn nog meer tips om je kind beter te laten slapen. Daarvoor kun je ook terecht bij het consultatiebureau bij je in de buurt. Overgang naar alleen slapen Als je kind lange tijd bij je op de kamer heeft geslapen, wil je op een gegeven moment dat het in de eigen kamer gaat slapen. Voor sommige kinderen is dit helemaal geen probleem. Andere kinderen kunnen dit moeilijker vinden. Bereid dit dus zorgvuldig voor en pak het stap voor stap aan, zodat je kind rustig kan wennen. Leg goed uit wat de bedoeling is. Slaap in het begin eventueel een paar nachten samen in de nieuwe kamer. Als je kind gewend is aan de nieuwe omgeving, kan het alleen slapen. 

  • Slapen en angst

    Ieder kind is wel eens bang in bed of heeft een enge droom. Dat wordt meestal minder als je kind ouder wordt. Bang in de slaapkamer Peuters en kleuters weten nog niet altijd het verschil tussen werkelijkheid en fantasie. Ze zijn elke dag bezig om mensen en gebeurtenissen steeds beter te leren begrijpen. Maar soms zijn de dingen anders dan ze denken. Je peuter weet bijvoorbeeld dat een knuffelbeer niet zelf beweegt of praat. Daarom kan je kind ineens heel bang zijn van iemand die verkleed is als grote knuffelbeer. Je kind weet misschien nog niet dat er een echt mens in dat berenpak zit. En als het dat wel weet, vindt het dat nog steeds heel eng. Ook kan je kind denken dat er iets engs in de slaapkamer is. Kijk dan samen eens goed rond en praat met je kind over de angst. Bewegen er schaduwen van buiten over de muren? Ziet een pop er in het halfdonker misschien eng uit? Misschien zorgt de wind voor enge geluiden. Bekijk of je iets tegen die geluiden kunt doen. Een tochtstrip plaatsen bijvoorbeeld. Of geef het geluid een andere betekenis, alsof het muziek is. Soms is de angst alleen maar een gevoel of een gedachte, zonder dat er echt iets te zien is in de kamer. Of je kind vindt steeds iets anders eng. Bedenk dan samen met je kind hoe je die angstige gedachte of dat angstige gevoel uit de kamer weg kunt krijgen. Bijvoorbeeld door het 'weg te jagen', weg te blazen op een wolk of weg te sturen met de post. Nachtlampje Misschien vindt je kind een nachtlampje fijn? Als je kind wat ouder is, wil het dit waarschijnlijk niet meer. Dromen en nachtmerries Je peuter maakt veel mee op een dag. En daar kan je kind over gaan dromen. Misschien wordt je kind soms huilend of paniekerig wakker van een akelige droom of nachtmerrie. Probeer je kind in zijn eigen bed te troosten, zonder het licht aan te doen. Zorg elke avond voor een vast en rustig slaapritueel. Zorg ervoor dat je kind vlak voor het slapengaan geen drukke activiteiten meer heeft. Geef je kind twee uur voordat het gaat slapen geen zware maaltijd te eten. Maar laat je kind ook niet met een hongergevoel naar bed gaan. Laat je kind voor het slapengaan niet naar een beeldscherm kijken. Zet dus geen tv en computer in de slaapkamer. Wat zijn nachtangsten? Nachtangst is iets anders dan een nachtmerrie. Het komt vooral voor bij kinderen tussen drie en twaalf jaar, maar soms ook bij jongere of oudere kinderen. Bij nachtangst is je kind niet wakker maar zit wel rechtop met opengesperde ogen en gilt van angst. Het komt meestal rond hetzelfde tijdstip terug: een half uur tot drie uur na het inslapen. Hoe reageer je op nachtangsten? Maak je kind niet wakker. In gesprek gaan heeft ook geen zin. Je kunt het best je kind vasthouden en troosten totdat het weer rustig is. Dan gaat je kind weer verder slapen. Als je kind het niet prettig vindt als je het vasthoudt, ga dan in de buurt zitten en praat op een rustige en kalmerende toon. De volgende ochtend herinnert je kind zich er niets meer van. Hoe voorkom je nachtangsten? Waarschijnlijk heeft de rijping van de hersenen ermee te maken dat je kind nachtangst heeft. Spanning en slaaptekort kunnen ervoor zorgen dat je kind nachtangsten krijgt. Zorg daarom voor vaste bedtijden en voldoende nachtrust. Een peuter slaapt per nacht ongeveer 10 tot 12 uur. Rust en regelmaat overdag kunnen ook helpen. Heeft je kind vaak last van nachtangsten? Dan kun je je kind een kwartier voordat het gebeurt even uit bed halen, bijvoorbeeld om te plassen. Soms voorkomt dit de nachtangst. Als je kind ouder wordt gaat nachtangst vanzelf over, je hoeft je er geen zorgen om te maken. Het kan er heel angstig uitzien, maar je kind wordt rustiger als jij als ouder rustig kan blijven. 

  • Slecht slapen

    In het leven van je baby gebeurt erg veel. Elke dag ontdekt hij weer nieuwe dingen. Baby's verwerken al deze ervaringen in hun slaap. Slaapritme Als je baby net geboren is, slaapt hij veel. Je baby heeft een eigen slaapritme. Voor iedere baby is dit anders. In de eerste 6 maanden slapen de meeste baby's 13 tot 15 uur per 24 uur. Huilen Sommige baby's huilen zichzelf vaak in slaap, ook als ze 's nachts even wakker worden. Dat kan erbij horen. Dit kan een korte periode zijn of wat langer duren. Is het alleen wat gepruttel, dan kun je het even aankijken. Als het echt huilen wordt, probeer je baby dan in bed te troosten met wat aaien en door er naast te zitten. Werkt dat niet en gaat je baby harder huilen? Pak je kind dan op om het te troosten en leg het weer neer als het helemaal gekalmeerd is. Het huilen kan ook een patroon worden. Als het huilen een probleem is geworden, dan zijn er verschillende mogelijkheden om hier iets aan te doen. Je kunt zelf veel doen om slaapproblemen te voorkomen. Moeilijk in slaap vallen Het kan zijn dat je baby moeilijk in slaap valt. Misschien huilt je kind hard, of blijft het maar huilen. Ga na wat er aan de hand kan zijn. Misschien is je kind niet slaperig genoeg? Niet ieder kind heeft evenveel slaap nodig. Pas de bedtijd dan aan. Misschien huilt je baby omdat hij ergens last van heeft, bijvoorbeeld omdat er een tand doorkomt. Als je baby ontroostbaar huilt, is hij niet rustig genoeg om weer in slaap te vallen. Zorg dat je baby rustiger wordt en leg hem daarna weer terug op de eigen slaapplek. Een vast bedritueel helpt je kind om een goed slaappatroon op te bouwen. 's Nachts wakker worden Een baby wordt in de eerste maanden 's nachts verschillende keren wakker. Je geeft voeding en daarna valt hij weer in slaap. Langzamerhand gaat je baby leren om zelf verder te slapen zonder dat voeding of hulp nodig is. Het kan gebeuren dat je baby opeens weer 's nachts je hulp nodig heeft bij het verder slapen. Goede slapers kunnen een tijdlang slechte slapers zijn. Veel kinderen zijn 's nachts soms even wakker en vallen dan vanzelf weer in slaap. Andere baby's zijn juist vroeg wakker. Naar dromen Soms wordt een kind paniekerig en huilend wakker, omdat het heeft gedroomd. Dat kan heel naar zijn om te zien. Probeer je kind dan toch in zijn eigen bed te troosten, zonder het licht aan te doen. Stel je baby gerust door te praten, wrijven en kalmeren. Als het nodig is, pak je je kind op tot het weer gerust is. Als je kind gekalmeerd is, leg je het weer terug in bed. Dit kan een moeilijk moment zijn, omdat je baby dan graag bij je blijft. Probeer je baby gerust te stellen, door erbij te blijven en het eigen bedje weer prettig te maken. Zorg ervoor dat het bedje een veilige en fijne plek is. Blijf erbij tot je kind weer gerust is en kan inslapen. Angstig of ziek Blijf bij het troosten zo veel mogelijk in de eigen kamer van je kind, zodat het zich daar weer veilig voelt. Zet eventueel het bedje van je kind in je eigen slaapkamer. Bij de ouders slapen geeft een kind veel veiligheid en vertrouwen. Het kan een goede oplossing zijn, als je kind erg angstig of ziek is. 

  • Samen slapen? Zet het wiegje naast je eigen bed

    Het is belangrijk dat jij en je baby direct vanaf de geboorte veel bij elkaar zijn. Het bevordert de band tussen jullie. Het is dus ook goed om tijdens het slapen dicht bij je baby in de buurt te zijn. Samen in de kamer, niet samen in bed Laat je baby als het kan, zeker het eerste halfjaar, in zijn eigen bed bij jou op de kamer slapen. Dit wordt ook wel rooming-in genoemd. Jij en je baby leren elkaars geluiden kennen en je kunt je baby goed in de gaten houden. Ook kan het makkelijker zijn voor de nachtvoedingen. Bovendien is het veilig en verklein je hiermee de kans op wiegendood. Probeer dit vol te houden tot je baby zichzelf vlot kan omdraaien. Het is aan te raden om ook overdag dicht bij je baby in de buurt te blijven. Het is beter om je baby niet bij je in bed te laten slapen, zeker niet in de eerste zes maanden. Vooral als je rookt, alcohol drinkt of erg vermoeid bent, is samen slapen af te raden. In je slaap kun jij je omdraaien en ongemerkt op of over je baby gaan liggen. Ook kan je baby verstrikt raken in het dekbed of het te warm krijgen. Digitale apparaten Zet geen tv in de slaapkamer. Zorg dat tijdens het slapen alle digitale apparatuur in een andere kamer ligt. Deze verstoren de nachtrust, ook al staan ze “op stil”. Aanschuifbed Een aanschuifbed of co-sleeper kan aan één kant open. Je kunt het bed tegen je eigen bed schuiven. Het is belangrijk dat het aanschuifbed stevig bevestigd wordt aan het ouderlijk bed, zodat er geen ruimte kan ontstaan tussen de bedden. Zo slaapt je baby naast je, maar toch op een eigen plek. Het aanschuifbed moet een tussenhekje hebben dat je omhoog kunt trekken als je gaat slapen. Zo belandt je kind niet per ongeluk bij jou in bed. Toch in jouw bed in slaap gevallen? Gebeurt het toch een keer dat je in bed met de baby in slaap valt, voel je daar dan niet ongelukkig of schuldig over. Leg je baby zodra je wakker wordt weer op de eigen plek. Overdag In het begin kan het voor je baby heel geruststellend zijn om overdag bij jou in je armen of in de draagzak te slapen. Dat lijkt op de situatie voor de geboorte, toen je baby je hartslag en andere lichaamsgeluiden hoorde. Als jij je er prettig bij voelt is er niets mis mee. Wanneer je er genoeg van hebt, kun je je baby langzaam laten wennen aan steeds meer en steeds vaker slapen in zijn eigen wieg. Dan kun je ook doen als je merkt dat je baby dat zelf prettig vindt. Samen op de bank Samen op de bank met je baby is heel fijn en hoeft niet gevaarlijk te zijn. Het is wel belangrijk dat je hierbij zelf niet in slaap valt. Je baby kan wegglijden of kan in ademnood komen door kussens en rugleuningen. Tweeling Als je een tweeling hebt is het niet veilig om de kinderen in hetzelfde bed te laten slapen. Ze kunnen elkaar in ademnood brengen, als zij op of tegen elkaar komen te liggen. De wiegen naast elkaar zetten kan natuurlijk wel. Toch samen in bed met je baby ouder dan zes maanden? Is je kind ouder dan zes maanden en wil je het toch bij jou in bed laten slapen, bijvoorbeeld omdat het angstig of niet lekker is? Maak dan in ieder geval je bed wat veiliger. Gebruik geen dekbed en zorg ervoor dat je kind niet tegen een kussen kan gaan liggen. Houd je baby uit de buurt van de kier tussen twee matrassen. Het is belangrijk dat je een stevig matras hebt. Heb je een waterbed of een traagschuimmatras? Dan is je bed niet veilig voor je baby. Gebruik geen slaapmiddelen, alcohol of drugs en zorg ervoor dat je niet oververmoeid of gestrest bent. Zorg ervoor dat je kind niet uit bed kan vallen. Filmpje: Samen slapen met je baby In deze video geeft VeiligheidNL informatie over samen slapen met je baby.  

  • Tintelende en slapende handen

    Slapende handen en tintelende pijn in de handen of onderarmen zijn klachten die vaak voorkomen in de zwangerschap. Meestal komen de klachten vooral ’s nachts opzetten, maar er zijn vrouwen die er ook overdag last van blijven houden. Krachtverlies Soms is het moeilijk om je handen normaal te gebruiken. Er kan krachtverlies optreden en soms gaan de klachten gepaard met vrij veel pijn. Deze klachten zijn te wijten aan een vochtophoping in het kanaaltje in de onderarm (de zogenaamde carpale tunnel) waardoor belangrijke zenuwen naar de hand lopen. Vingeroefeningen in een bakje warm water kunnen helpen. Na de bevalling zullen de klachten na enkele maanden weer wegtrekken. Omgaan met carpaletunnelsyndroom Let op welke bewegingen pijn veroorzaken (denk aan wringen, aardappels schillen, schroeven indraaien) en probeer die te vermijden. Activiteiten waarbij je de armen langdurig op dezelfde manier gebruikt, zoals autorijden, kun je beter vaker onderbreken. ’s Nachts kun je de pols rust geven door hem te spalken. Dat kun je het makkelijkst doen door polsbeschermers voor skaters te dragen. Zijn de klachten echt ernstig, ga dan naar de huisarts of een fysiotherapeut. Een injectie in de carpale tunnel is nog een mogelijke behandeling die tijdelijk verlichting geeft.  

  • Slapen baby

    Elke baby slaapt anders. De ene baby slaapt langer en eerder door dan de andere. Voor jou als ouder is het vaak vermoeiend. Maar gebroken nachten horen bij het hebben van jonge kinderen. Slaapritme ontwikkelen Pasgeboren baby’s weten nog niet het verschil tussen dag en nacht. Het is dus normaal dat een baby 's nachts wakker wordt. Na enige tijd komt er steeds meer een dag- en nachtritme en zal je baby vaker doorslapen. Maar ook dan is hij 's nachts nog wel eens wakker. Bijvoorbeeld als je baby ziek is, droomt, last heeft van een mug of gewoon zomaar. Soms laat je baby zich niet eens horen. Duidelijkheid en structuur Baby’s hebben veel slaap nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Duidelijkheid en structuur helpen bij het slapen. Zorg zoveel mogelijk voor een vast dag- en nachtritme. Probeer je baby op zijn vaste slaapplek te laten slapen en bijvoorbeeld niet in de box. De baby went er zo aan dat de slaapplek is om te slapen en de box om te spelen. Maak van het naar bed gaan een positief en rustig ritueel van ongeveer 20 tot 30 minuten. Houd een vaste volgorde aan. Bijvoorbeeld eerst even zingen, dan de knuffels welterusten wensen. Daarna een kus van broer of zus en ten slotte de muziekdoos aanzetten. Hoeveel slaapt een baby gemiddeld? Pasgeboren baby’s slapen gemiddeld 14 uur per dag. Overdag slaapt een baby meestal tweeënhalf tot vier uur achter elkaar. Vanaf 10 tot 12 weken begint er een dag- en nachtpatroon te ontstaan. Na zes maanden slapen baby’s vaak al vijf uur achter elkaar. Rond negen maanden vinden de meeste baby's het niet zo leuk om alleen te zijn ’s avonds. Misschien gaat je baby dan niet meer rustig liggen. Je baby maakt overdag veel mee en verwerkt dat ’s nachts. Hij kan gaan dromen en bang wakker worden. Kinderen van een jaar oud slapen ongeveer acht tot negen uur achterelkaar door. Vaak doen ze ook nog een middagslaapje van anderhalf tot twee uur. Elk kind is verschillend. Dus het kan bij jouw baby anders zijn. Lekker slapen Een rustige, donkere en veilige kamer is belangrijk voor een goede nachtrust. Zorg dat het niet te warm of te koud is in de kamer waar je baby slaapt. Als je baby bang is in het donker, kun je het licht op de gang laten branden of een nachtlampje gebruiken. Meer slaaptips Kijk ook bij de slaaptips voor nog meer adviezen om je baby beter te laten slapen. Filmpje: Ritme en regelmaat In dit filmpje geeft Fiona tips over hoe je ritme en regelmaat aanbrengt bij het naar bed brengen van je baby. Fiona deelt in deze en andere filmpjes handige tips voor vaders en moeders. Benieuwd wie Fiona is? In dit filmpje stelt zij zich voor.  

  • Mijn peuter wil alleen maar gaan slapen als ik erbij blijf. Hoe kan ik dat veranderen?

    Huilen zodra vader of moeder de kamer verlaat, is een veelvoorkomend probleem bij peuters. Erbij blijven helpt om je kind te kalmeren, maar voor je het weet rekent je kind daar elke avond op en dan is het lastig om die gewoonte weer af te leren. Bedritueel Neem ’s avonds de tijd om je kind met een vast ritueel naar bed te brengen. Zorg dat het laatste stukje van het ritueel, bijvoorbeeld voorlezen of een liedje zingen, in bed gebeurt. Daarna geef je een nachtzoen en zeg je heel beslist: ‘Nu ga je lekker slapen.’ Dat werkt beter dan vragen of je kind lief gaat slapen. Als je kind vervolgens gaat protesteren, kun je kiezen voor de directe of de geleidelijke aanpak. Directe aanpak Ga resoluut de kamer uit. Negeer alle gehuil en protest. Ga niet meer bij je kind kijken totdat je zeker weet dat het in slaap is gevallen. Dat moment komt zeker, maar kan de eerste avonden lang duren. Dat vraagt veel zelfbeheersing van jou als ouder. De directe aanpak werkt alleen als je gemotiveerd bent om het echt vol te houden. Bij deze methode heb je meestal binnen een week succes. Geleidelijke aanpak De geleidelijke aanpak kost meer tijd. Als je kind het op een krijsen zet, ga je wel de kamer uit. Je wacht vijf minuten voordat je weer teruggaat. Doe geen licht aan en haal je kind niet uit bed. Praat geruststellend of aai wat over het bolletje, maar ga niet uitgebreid troosten. Het doel is om je kind en jezelf gerust te stellen. Na ongeveer één minuut neem je opnieuw afscheid. Je zegt dat het tijd is om te slapen en dat je zo weer komt kijken. Je blijft nu zeven minuten weg. Dan ga je opnieuw één minuut naar binnen om je kind gerust te stellen en te laten merken dat je er nog bent. Voer de tussenpozen steeds op met twee extra minuten, dus 5 - 7 - 9 - 11 minuten. Je blijft terugkomen om je kind even gerust te stellen, maar tegelijkertijd maak je duidelijk dat je peuter echt moet slapen en er niet meer uit mag. Je herhaalt dit net zo lang totdat je peuter slaapt. De eerste avonden kan dat lang duren, maar uiteindelijk zal je kind zich erbij neerleggen. Wachten terwijl je kind huilt, duurt lang. Een minuut lijkt dan al gauw een eeuwigheid. Een klok of kookwekker kan helpen om je aan het schema te houden. Blijf niet langer dan een minuut om je kind gerust te stellen. Ga dan weer de kamer uit, ook als je kind nog niet gestopt is met huilen.  

Hulp nodig of vragen?